Verkorte lesvoorbereiding

Racisme en ongelijkheid

Analyse – kennisluik onderdeel 3 en doeluik onderdeel 1

Duur 3 à 4 lesuren (1 à 2u kennisluik, 2u doeluik (uitstap) aansluitend).

Voornaamste leerdoelen (sleutelcompetenties, bouwstenen en eindterm nrs.)

  • Lichamelijke gezondheid (transversaal): veilige levensstijl (1.13).
  • Nederlands (vakspecifiek): Nederlands als communicatiemiddel gebruiken (2.3, 2.4, 2.8) ; inzicht hebben in taal (2.11).
  • Digitale competentie en mediawijsheid(transversaal): digitale media en toepassingen gebruiken (4.1, 4.2).
  • Sociaal-relationele competenties (transversaal): interpersoonlijke relaties (5.5).
  • Burgerschap (transversaal): omgaan met diversiteit (7.6); geïnformeerd en beargumenteerd met elkaar in dialoog gaan (7.7); wederzijdse invloed tussen maatschappelijke domeinen en ontwikkelingen kritisch benaderen (7.14).
  • Historisch bewustzijn (vakspecifiek): historische fenomenen situeren (8.1, 8.2); relatie tussen heden, verleden en toekomst duiden (8.8).
  • Ruimtelijk bewustzijn (vakspecifiek): personen, plaatsen en patronen situeren (9.1).
  • Leren leren (transversaal): zichzelf als lerende begrijpen (13.1, 13.2); geschikte leeractiviteiten, strategieën en tools inzetten (13.4, 13.6); een onderzoeksprobleem verkennen (13.13) leeropvattingen reguleren (13.14, 13.15, 13.16); samen het leerproces vormgeven (13.17); domeinspecifieke terminologie hanteren (13.18).

Benodigdheden

  • Projector en internetverbinding voor leerkrachtgestuurde instructie
  • Computer met internetverbinding per groep van max. 4 lln.
  • Takenblad Racisme en ongelijkheid + blinde kaartjes van de wereld en België

Lesopbouw (acties leerkrachten én leerlingen)

Deel 1 ‘Een vers blik sukelaars’

  • De leerkracht(en) duidt de les in de context van het project. “Jullie weten nu wat vooroordelen zijn en hoe ze problemen tussen mensen kunnen veroorzaken. Zowel in de film Kassablanka als in het filmpje van de DNA reis, zagen we heel wat concrete voorbeelden van wat we racisme noemen – een begrip dat jullie zeker niet onbekend is. We spreken van racisme wanneer we door die vooroordelen geen moeite hebben met de mindere situatie waarin mensen van een andere cultuur of afkomst zich bevinden. ‘Die anderen zijn toch maar minder of ze kunnen toch niet wat wij kunnen.’ Dus moeten ze, zo vindt de racist, ook niet zoveel verdienen of hebben als wij. Zo werkt racisme. Het zorgt ervoor dat we ons niet te veel vragen stellen bij discriminatie (ongelijke behandeling) van mensen van een andere cultuur of afkomst. In deze les zoomen we daar nog wat sterker op in met 2 opdrachten in groepjes.”
  • Voor de eerste opdracht lezen de lln. in groepjes van max. 4 de korte tekst ‘Een vers blik sukkelaars’ van Kurt Van Eeghem en vervullen ze de taken op het bijhorende takenblad. De leerkracht(en) zorgen ervoor dat minder taalvaardige lln. samenzitten met meer taalvaardige lln. Zij vragen nadien ook de resultaten mondeling voor te lezen, en zorgen ervoor dat eens een correct resultaat werd gegeven ook de andere groepjes dit kunnen hanteren om indien nodig hun resultaat te corrigeren.

Deel 2 Diversiteit en ongelijkheid in Antwerpen vandaag

  • Na de uitwisseling en klassikale bespreking van de antwoorden op de laatste vraag van deel 1, ‘Welke lessen bedoelt de auteur wanneer hij schrijft “Kunnen we daar nu eindelijk de passende lessen uit trekken, alstublieft?”’, vervullen dezelfde groepjes ook de tweede opdracht, die de informatie van de les Diversiteit in Antwerpen vergelijkt met gelijkaardige informatie over levensomstandigheden. Na het beëindigen van de opdracht, wordt de groepjes gevraagd hun resultaten klassikaal te presenteren en te vergelijken.
  • Aansluitend volgt een uitstap. Daarbij zijn twe mogelijkheden. Ofwel onderneemt de hele groep de interactieve wandeling ‘De multiculturele stad’ van stad Antwerpen. Wanneer omwille van iets meer variatie of vrijheid gekozen wordt om de klemtoon te (ver)leggen op de (super)diversiteit in de stad, kan deze wandeling de geknipte keuze zijn. Leerlingen worden wel verondersteld aandachtig te zijn en vragen te stellen op basis van wat reeds werd geleerd. Ofwel wordt de groep in twee gedeeld, en bezoekt iedere groep zowel één van de armste wijken als één van de rijkste wijken in de stad. Bedoeling hiervan is het zo goed mogelijk omzetten van de gevonden relatie(s) tussen diversiteit en ongelijkheid in contrasterende beelden (foto’s of smartphone-filmpjes) van de bezochte wijken.
  • Terug op school wordt de resterende tijd besteed aan de individuele reflectie en het verder werken aan het script voor het rollenspel/danschoreografie of de tekeningen.
  • De dag wordt afgesloten met de opgave om voor de volgende dag een of meerdere dingen mee te brengen die verband houden met de eigen levensbeschouwing en die anderen positief zouden kunnen vinden (herinneringen aan feestelijkheden, passages uit boeken, gedichten, kledingstukken, etc.).

Evaluatie 

  • Takenblad Racisme en ongelijkheid

Deel 1. ‘Een vers blik sukkelaars’ (je mag het internet gebruiken om op te zoeken)

1. Maak een verklarende woordenlijst aan van de woorden die niemand in je groep kent

– … : …

– … : …

– … : …

2. Duid op de blinde kaartjes alle steden, regio’s en landen aan die in de tekst worden vermeld.

3. Tracht bij iedere alinea of migratiegolf de periode in de tijd aan te geven (decennium)

4. Probeer de dingen die in iedere alinea terugkeren in jullie eigen woorden op te sommen.

– ……….

– ……….

– ……….

5. Welke lessen bedoelt de auteur wanneer hij schrijft “Kunnen we daar nu eindelijk de passende lessen uit trekken, alstublieft?” Geef je mening.

Deel 2. Diversiteit en ongelijkheid in Antwerpen vandaag (hanteer de tool Stad in cijfers, die jullie reeds kennen uit de les Diversiteit in Antwerpen)

1. Vergelijk de 2 postzones met het grootste percentage allochtonen met de 2 postzones met het kleinste percentage allochtonen, voor 3 aspecten uit de inhoudskolom die volgens jullie de verschillen in levensomstandigheden het sterkst beïnvloeden.

1.1. Welke zijn ook weer de 2 postzones met het grootste percentage allochtonen?

1.2. Welke zijn de 2 postzones met het kleinste percentage allochtonen?

1.3. Welke zijn volgens jullie de 3 aspecten uit de inhoudskolom die het meest van invloed zijn op de levensomstandigheden, en waarom denken jullie dat?

1.4. Neem nu ieder gekozen aspect en vergelijk de twee groepen postcodes. Wat stellen jullie vast?

Aspect 1:

Aspect 2:

Aspect 3:

  • Reflectie

Aan het eind van iedere projectdag maken de lln. een kort verslag. Zie Fiche Reflectie.